1057 tot 1594

Het verdwenen klooster van Winsum

Eeuwenlang heeft in Winsum een grote dominicaner kerk met kloostergebouwen gestaan. Dat is zeker. Maar waar deze gebouwen gestaan hebben, is nog steeds een raadsel. Elke keer als onderzoekers een stapje dichter bij de oplossing van het vraagstuk komen, is het alsof de duvel ermee speelt: bewijzen verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Het verdwenen klooster van Winsum

Kaart van het centrum van Winsum, met de vermoedelijke plaats van het klooster, de kerk en een gracht. - Kaart: Historische Vereniging Winsum-Obergum

In de Middeleeuwen was Winsum een welvarende handelsplaats, liggend aan de Hunze met een open verbinding naar zee en aan waterwegen vanuit het achterland. Door het verkrijgen van marktrechten en de rechten om munten te slaan en tol te innen werd Winsum in 1057 een belangrijke plaats die zich kon meten met Leeuwarden en Groningen.

Klooster

Het klooster werd in 1276 gesticht door Dominicanen. Zij voorzagen bedelend in hun onderhoud en verlangden weinig grondbezit. In die zin waren zij geen concurrenten voor de in dit gebied al heersende kloosterorden. Na hier ketters vervolgd te hebben, legden zij zich vooral toe op studie en ‘zielzorg’ in de wijde omgeving. Het einde van hun bestaan werd ingeluid door de Reformatie, die 500 jaar geleden door Maarten Luther in1517 in gang gezet werd. Langzaamaan kregen de protestanten de overhand, wat uitmondde in de Beeldenstorm, waarna het Winsumer klooster werd opgeheven. Het was zwaar beschadigd, de stenen werden gebruikt om het dochterklooster in Groningen te herstellen. Uit een oorkonde uit 1580 blijkt dat alleen de kerk behouden bleef en gerestaureerd werd. Maar later is ook deze afgebroken. Zowel het klooster als de kerk zijn volledig van de kaart verdwenen.

Dominicanen

De orde der Dominicanen werd opgericht door de Spaanse Dominicus de Guzman. Zijn volgelingen namen in Parijs een opvang voor pelgrims naar Santiago (Sint Jacob) de Compostella in beslag en stichtten daar het Sint Jacobusklooster. Daardoor worden zij ook wel Jacobijnen genoemd. Het waren arme monniken die bedelend en predikend door het leven gingen. Hun derde benaming was dan ook ‘predikheren’.
Maar lieverdjes waren het niet. Zij traden hard op tegen ketters en hielden vele kruistochten tegen hen, ook in onze streken. Hun komst werd dan ook met argwaan bekeken door de vreedzame kloosterorden die hier gevestigd waren. Zij vestigden zich liefst in welvarende, stedelijke gebieden waar gegoede burgers woonden. Winsum was dus een aantrekkelijke plek om in 1276 neer te strijken.

Waar stond het klooster?

Niemand weet waar kerk en bijgebouwen precies gestaan hebben en hoe ver het kloosterterrein zich uitstrekte. Het moet op het hoogste punt van de wierde rondom de molen gelegen hebben. De oudste lokalisering stamt uit 1838, waarin gerefereerd wordt naar tuinen en percelen waar het klooster ongeveer gestaan moet hebben, omringd met brede en diepe grachten, waarvan geen spoor is gevonden. Een beschrijving uit 1920 lijkt hierop gebaseerd te zijn, maar het klooster zou op de plek gestaan hebben waar, volgens een beschrijving uit 1957, de Ripperdaborg stond.

Onderzoek

In 1948 worden bij diverse werkzaamheden in de Molenstraat skeletten gevonden. Archeoloog Halbertsma wordt erbij geroepen, maar de skeletten en een deel van de vondsten blijken te zijn verdwenen. Een bewoner kan zich nog herinneren dat er jongens met schedels aan het voetballen waren…

Als een jaar later in de Molenstraat riolering wordt aangelegd, wordt Halbertsma nogmaals bij skeletvondsten geroepen, maar alweer zijn ze bij zijn aankomst verdwenen. Hij krijgt wel de kans om opgravingen te doen en vindt puinbanen en funderingsrestanten die bij de zuidmuur van de kerk gehoord kunnen hebben. Een kist met vondsten stuurt hij naar het Archeologisch Instituut voor nader onderzoek. Dat blijft achterwege, de kist is nergens meer te vinden en de kaart waarop alles is ingetekend evenmin. Wel is een aantekening bewaard gebleven van een mogelijke grafzerk in de tuin van Molenstraat 8, maar het beloofde onderzoek daarnaar is niet uitgevoerd. De Historische Vereniging Winsum-Obergum krijgt toestemming om ernaar te gaan zoeken en vindt een muurfundering en niet de grafzerk maar wel een 'plateau [dat blijkt] te bestaan uit een dertigtal plat in verband gelegde, aan de bovenzijde wat afgesleten kloostermoppen van twee verschillende groottes': mogelijk een middeleeuws straatje.

Weer riolering

Als in 2001 de riolering in de Molenstraat wordt vernieuwd, vindt de gemeente het niet nodig om de archeologen te waarschuwen, maar de Historische Vereniging doet dat toch als blijkt dat er veel meer gegraven (en vernield) wordt dan tevoren was aangegeven. Dit archeologisch onderzoek brengt nog meer skeletten en puinbanen aan het licht die toch wat zicht op de ligging van kerk en klooster kunnen geven. Op basis daarvan heeft de Historische Vereniging een kaartje ontworpen waarop de mogelijke locaties van de gebouwen zijn aangegeven.

Weer onderzoek

Maar nu wil ze het echt weten. De Historische Vereniging heeft subsidie gekregen om met behulp van kleine radarapparatuur (een soort grasmaaier) zoveel mogelijk restanten van de oude muren in beeld te krijgen. Dit onderzoek zal in december 2017 plaatsvinden.

Zal de bodem van Winsum dan eindelijk haar kloostergeheimen prijsgeven?