800 tot 2020

Van Germanen tot Giezelbaargbloazers: de midwinterhoorn in Westerwolde

In de periode tussen de eerste Adventszondag en Driekoningen klinken in Westerwolde niet zelden de mysterieuze, sonore tonen van de midwinterhoorn. Vaak wordt gedacht dat het hier om een oud Saksisch gebruik gaat. Westerwolde heeft inderdaad Saksische wortels – maar heeft de midwinterhoorn die ook?

Van Germanen tot Giezelbaargbloazers: de midwinterhoorn in Westerwolde

Viering van het midwinter lichtfeest. Ets van Romeyn de Hooghe, 1655 – 1667, collectie Rijksmuseum

De midwinterhoorn is een grote gebogen houten hoorn waar zes natuurtonen mee geblazen kunnen worden. De mystieke, vaak weemoedige klank kan op vijf tot acht kilometer afstand nog te horen zijn. Je hoort ze voornamelijk in de periode rondom kerst. Maar waar komt dat nou vandaan?

Volgens de populaire folklore is het midwinterhoornblazen een heidens gebruik, stammend uit de tijd van de Germanen. Tijdens het Germaanse Joelfeest rondom de zonnewende (21 december) zou er op de midwinterhoorn zijn geblazen om boze geesten te verjagen. Na de intrede van de christendom zou de midwinterhoorn gebruikt zijn om op de eerste Adventszondag de komst van het kerstkindje aan te kondigen; met Driekoningen werd deze periode ‘afgeblazen’.

Heden ten dage hoor je de midwinterhoorns voornamelijk in het oosten van Nederland. Het midwinterhoornblazen in Gelderland en Overijssel staat sinds 2013 zelfs op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed. Maar ook in Westerwolde, in het zuidoosten van de provincie Groningen, klinken midwinterhoorns. Dat heeft alles te maken met de Saksische wortels van het gebied.

Saksisch gebied

De naam ‘Westerwolde’ lijkt best onlogisch voor een gebied dat in het oosten van Groningen ligt. Toch is die naam goed te verklaren. Westerwolde had namelijk eeuwenlang vrij weinig met Groningen te maken, maar des te meer met gebieden in het huidige Duitsland. De naam ‘Westerwolde’ duidt op een ‘wildernis’ of ‘bos’ (-wolde) ten westen van een kerngebied. Dat kerngebied betrof het huidige Eemsland.

Westerwolde was tot de vroege middeleeuwen een onbewoond, geïsoleerd gebied omringd door moeras. In de zevende of achtste eeuw kwamen de eerste kolonisten vanuit het Eemsland naar Westerwolde. Zo kwam het dat er – in tegenstelling tot de rest van Groningen – geen Friezen maar Saksen in Westerwolde woonden. Het gebied maakte dan ook deel uit van het stamhertogdom Saksen. Na de kerstening van het gebied behoorde Westerwolde op kerkelijk vlak tot het bisdom Osnabrück en op bestuurlijk vlak tot het Prinsbisdom Münster. Pas in de zeventiende eeuw begon Westerwolde zich minder op Duitsland en meer op Groningen te oriënteren.

'Nich' veel Saksische sporen

Het mag duidelijk zijn dat Westerwolde eeuwenlang meer op het oosten gericht was dan op Groningen of Friesland. Dat vond ook zijn weerslag in de streektaal. In Westerwolde is – wederom in tegenstelling tot de rest van Groningen – nooit Fries gesproken. Het Westerwolds dialect is puur een Saksische taal. Qua woordenschat heeft het dan ook veel gemeen met bijvoorbeeld het Twents. Denk maar eens aan het gebruik van het woord ‘nich’ voor ‘niet’. Toch is er een verschil: het accent. Het Westerwoldse accent lijkt juist meer op dat van de andere Groningse dialecten. Anno 2020 wordt het Westerwolds echter bijna niet meer gesproken.

Het Saksische karakter van Westerwolde is vandaag de dag sowieso nog maar moeilijk te herkennen, met uitzondering van een aantal Saksische boerderijen in het gebied. En dan is er natuurlijk nog het midwinterhoornblazen, een eeuwenoud Saksisch gebruik. Toch?

Uitgevonden traditie

Hoorns bestaan al heel erg lang. In Vlagtwedde is bijvoorbeeld eens een eeuwenoude runderhoorn gevonden. Deze zogenaamde ‘boerhoorn’ werd gebruikt om vergaderingen bijeen te roepen. Hoorns waren er vooral om te communiceren over lange afstand, maar er is weinig tot geen bewijs dat de gevonden hoorns iets te maken hebben met het Germaanse Joelfeest en het verjagen van geesten, zoals vaak wordt gedacht in de populaire folklore.

Volgens volkskundige J.J. Voskuil is het midwinterhoornblazen een ‘(her)uitgevonden traditie’ en eigenlijk niet veel ouder dan de negentiende eeuw. In de jaren tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog werd er in het oosten van Nederland ineens steeds vaker op de midwinterhoorn geblazen. In Twente werd het midwinterhoornblazen vanaf 1953 definitief en letterlijk nieuw leven ingeblazen door de organisatie van heuse wedstrijden.

Giezelbaargbloazers

In 2005 klonken er voor het eerst midwinterhoornklanken in Westerwolde. Een groepje inwoners uit Veele maakte op een Drents evenement kennis met de midwinterhoorn en niet veel later waren de Giezelbaargbloazers uit Veele een feit. De fijne kneepjes van het vak leerden ze van een leermeester uit Twente. Vijftien jaar later zijn de Giezelbaargbloazers niet meer weg te denken uit Westerwolde. Gelukkig maar, want het geluid van midwinterhoorns in het Westerwoldse winterlandschap is een ware belevenis.

De Giezelbaargbloazers spelen gewoonlijk zo’n twintig optredens tussen de eerste Advent tot Driekoningen. Die periode wordt traditiegetrouw afgesloten met de Midwinterhoornwandeling, georganiseerd door de Vereniging Plaatselijk Belang Veele. Deze wandeling voert door de prachtige omgeving van Veele. De route is verlicht met kaarsen en vuurkorven en onderweg worden er verhalen verteld. Maar helaas – corona gooit ook voor dit evenement roet in het eten in 2020. Maar met een beetje geluk klinken volgend jaar gewoon weer de mystieke klanken van de midwinterhoorns in Westerwolde.

 

Bronnen
Auteur onbekend. “Midwinterhoornblazen in Gelderland en Overijssel”. Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland. https://www.immaterieelerfgoed.nl/nl/midwinterhoornblazen
Hillenga, M. “De midwinterhoorn: een nieuwe traditie oud leven ingeblazen?” Levend Erfgoed. https://www.levenderfgoedgroningen.nl/alle-verhalen/de-midwinterhoorn
https://www.giezelbaargbloazers.nl/